Boom
March 15th, 2011 § Leave a Comment
Na veel te veel zoeken naar de perfecte vertelkoffer en me te hard vastklampen aan mijn eerste ideeën, heb ik besloten om me meer op het gegeven 4 seizoenen te focussen. Hier valt veel meer uit te halen dan als ik me blijf vastklampen aan het verhaal van de tuin.
Mijn plan is nu om rond ‘de boom’ te gaan werken en de boom in de tuin het hele jaar door , de 4 seizoenen lang. In de vertelkoffer zal dan een boom zitten (uit hout gemaakt waarschijnlijk) die je in elkaar kan zetten waar de kinderen interactief ,terwijl de leerkracht vertelt over elk seizoen, dingen kunnen inhangen of aanplakken.
Nu ben ik op zoek naar een zo duidelijk en handig mogelijk vorm voor de boom. De juist hoogte, grote, dikte …
stichting lezen/vakbiliotheek
January 28th, 2011 § Leave a Comment
wiki jeugdliteratuur
January 28th, 2011 § Leave a Comment
Het belang van jeugdliteratuur
Lezen is voor velen een avontuur, zowel voor kinderen, ouders als grootouders. Afzonderlijk en met elkaar. Dat kan met klassiekers: Annie M.G. Schmidt, Astrid Lindgren en Roald Dahl. Astrid Lindgren met haar Pippi Langkous, Roald Dahl met De GVR en Annie M.G. Schmidt met Pluk van de Petteflet.
- Aan het geluk of het ongeluk van je kind kan je niet zoveel doen. Je kunt hem laten zien waar hij troost kan vinden als hij bedroefd is en vreugde en schoonheid als hij het leven saai en triest vindt. Je kunt hem vrienden geven die hem nooit in de steek laten … ja, je kunt hem de weg naar het boek wijzen. En het moet nu gebeuren. Nu, zolang hij of zij zes of acht of tien of twaalf is. In die tijd moet het gebeuren. Daarna is het te laat. Te laat om de weg te vinden die naar het allergrootste avontuur leidt … (Astrid Lindgren)
Literatuur per leeftijdsfase
In Das Märchen und die Fantasie des Kindes verbond Charlotte Bühler (1893-1974) de leeftijd met verschillende leesfasen. Tegenwoordig houdt men meer rekening met de emotionele ontwikkeling van het kind. De ouders zijn het die hun kind volgen en weten welk niveau het heeft. Toch wordt met name binnen het onderwijswezen nog altijd rekening gehouden met ontwikkelingskenmerken gerelateerd aan leeftijdsfasen. Ook schrijvers en uitgeverijen spitsen zich bij hun doelgroepen soms toe op leeftijden.
Baby’s
Voor baby’s zijn er bakerrijmpjes waarbij ritme, klank, rijm, woord en beweging centraal staan. Deze rijmpjes zijn de voortzetting van de schommelwieg. Ze stimuleren de ontwikkeling en het gevoel voor taal. Het ritme en de warmte van de stem van moeder en/of vader zijn het belangrijkst. Miep Diekmann met Wiele wiele stap (vanaf twee jaar), Geert De Kockeres Een fluitje van zilver en A.M.G. Schmidts Ik ben lekker stout (voor oudere peuters) zijn voorbeelden.
Boxpeuters
Vanaf zes maanden verkent de baby met hand en tand de wereld, en dus ook de boekjes die hij vastgrijpt. De baby leert hand- en vingerbewegingen. De boxpeuter leert bewegen en kijkt met grote ogen rond, houdt van boekjes met stevige kaft en stevig karton. Voor deze leeftijdsgroep zijn er ook speciale badboekjes. Dit zijn boekjes van plastic die gerust nat mogen worden.
Namen die op deze boekjes voorkomen zijn onder meer die van J. Boeke, L. Baeten en Boekblok. Voor boxpeuters waren er in het verleden vooral Helen Oxenbury en Dick Bruna. Deze laatste werd al eens bekritiseerd omdat zijn prenten niet realistisch genoeg waren.
De figuren in de prentenboeken moeten kinderen aankijken. De voorlezers kennen het verhaal van buiten en lezen voor, terwijl het kind de prenten (met niet al te drukke hoofdkleuren) leest. Belangrijk is dat het boek afgeronde hoeken heeft, zodat het kind zich niet kan bezeren wanneer het zijn handen en tanden in het boek zet.
Peuters
De peuter van twee tot drie jaar leert zaken herkennen, wat later zal leiden tot taal, de zogenaamde beginnende geletterdheid. Met eenvoudige, herkenbare tekeningen en kleuren (Dick Bruna, Oxenbury, …), met rijmpjes en versjes, met herkenbare situaties proberen eenvoudige boekjes hierop in te spelen (voorbeeld in Gode-Liva Uleners‘ en Gerda DendoovensKielekoelevoelen).
Voor de peuter van twee tot drie jaar zijn er verhaaltjes over alledaagse gebeurtenissen, stapelverhaaltjes en zoekspelletjes. Voorbeelden zijn de prentenboeken van Dribbel van Eric Hill enDikkie Dik van J. Boeke.
Stapelverhaaltjes beginnen (en eindigen) met hetzelfde zinnetje (dat soms best lastig uit te spreken is) en geven daarop een variatie, zoals in Geert De Kockeres Houd de dief.
Voor de peuter van vier zijn de hoofdthema’s van de emoties vaak ‘avontuur’ (en veilig thuiskomen), ‘gevaar’ (en geborgenheid kunnen vinden) en ‘stout zijn’ (en weer zoet worden).
De prenten van Tony Ross en Quentin Blake zijn uitdagend griezelig, maar ook hier kom je veilig huis. Een voorbeeld is Het huismens waarbij de rollen worden omgekeerd : in de hondenfamilie wil de allerkleinste een huismens, zeer tegen de zin van papa – en mamahond. Want een huismens is vies, ze leren maar niets en ze vreten je de oren van je kop.
Kleuters
In de leeftijdscategorie drie tot vijf gebeurt er heel wat. De wereld en de verbeeldingskracht van de kleuter vergroot aanzienlijk. De belevingswereld is groter dan de leefwereld. De kleuter leest gedetailleerde prenten met een verhaal dat daar doorheen verweven is. De kleuter leert associëren en interpreteren. Zijn taal en woordenschat verrijken aanzienlijk. Woord- en klankspelletjes zijn een uitdaging. Mijn eerste Winklerprins woordenboek van Charlotte Voake sluit hier goed aan. Ook het verwoorden van emoties als angst en verlies neemt een belangrijke plaats in.
Op deze leeftijd is het soort prentenboek sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de kleuter, en dit kan niet opgedrongen worden. Voorlezen is belangrijk. Sprookjes zijn een mogelijkheid om het kind te laten loskomen van zichzelf en de fantasie te stimuleren. Een bepaalde categorie kleuterliteratuur richt zich ook speciaal op magisch denken, humor en griezelen.
Om voor te lezen vanaf vijf jaar is er bijvoorbeeld De wereld van Tatsiki van Moni Nilsson waar de kinderen wisselen tussen twee werelden, die van de Zweedse moeder en de octopussenvissende vader in Griekenland. Ook leuk is Het woordenboek of hoe Jasper de woorden vond van Marita De Sterck. Een beroemd voorbeeld vormen ook de Gouden Boekjes die sinds de jaren 60 worden uitgegeven door de Bezige Bij, en inmiddels door Rubinstein. Beroemde Nederlandse auteurs werkten en werken hier aan mee. Voor deze leeftijdscategorie zijn de voorleesdagen bedacht door de CPNB. In 2009 stond het boek Anton kan toveren centraal. In 2008 was dit Kleine muis zoekt een huis.
Eerste lezers
Tussen zes en zeven beginnen de meeste kinderen te lezen. Voorwaarden om te starten met lezen zijn:
- inzicht hebben in structuren
- klank- en schriftbeeld kunnen koppelen
- concentratie kunnen opbrengen
- taalvaardig zijn
- ervaring hebben met taal (onder andere boeken)
De boekjes voor eerste lezers zijn aantrekkelijk, rijkgeïllustreerd, met een mooie bladspiegel, eenlettergrepige woorden en korte hoofdstukjes. Boekjes als Kaat Vranckens Hannah, met rijmen, kunnen de overgangsfase van derde kleuterklas naar de eerste lagere klas overbruggen.
In het tweede leerjaar mag er voor kinderen met leesmoeilijkheden wat minder op het blad om ze niet te ontmoedigen.
Verkenningsleeftijd
Van acht tot twaalf jaar verkeert het kind in de zogenaamde Robinsonalter, waarbij het interesse krijgt voor de natuur, de omgeving, de mensen, en in de literatuur een realisme zoekt. Het is de ontdekkingsleeftijd, waarin boeken als Het verhaal van witte lelie veel kunnen losmaken.
De leerfase breekt aan, er komt een verschil in de voorkeur en leesvaardigheid. Het kind krijgt interesse voor historische-, fantasie- en avonturenverhalen. Ook het escapistisch lezen (de triviaalliteratuur) komt erg in trek.
De breuk tussen tweede en derde graad van het lager onderwijs mag in deze niet onderschat worden. Vanaf tien jaar stort het kind zich op Weet-boeken en vraagt ouders het onderste uit de weet-je-dat-kan.
De Robinsonalter komt van Robinson Crusoë, het boek dat de filosoof Jean-Jacques Rousseau aan zijn Emile, in het gelijknamige pedagogisch-filosofisch werk, meegaf.
Voor rijpere lezers van om en bij twaalf kunnen boeken van Bart Moeyaert (Blote handen, Voor altijd … altijd ) aanspreken, maar te vroeg aanbieden kan het lezen ontmoedigen.
Voor het dertiende jaar bevinden kinderen zich in de voor-esthetische periode, waarbij ze nog geen literaire reflectie hebben. Ze kunnen mooie beelden opslaan, maar pas na hun dertiende zullen ze de zelf ontdekken en aanvoelen.
Andere titels in deze categorie (tot twaalf, maar minder voor probleemlezers) zijn: Een prijs voor de hanepootkampioen (Ann Fine), Juffrouw Tureluurs (Ann Fine), Het verkeerde been (Ann Pilling), Sterre en Joe (Martha Heesen) en De huid van de beer (Sylvia Van den Heede).
Jeugdliteratuur
Deze literatuur gaat van twaalf tot achttien jaar. Eén van de genres is de historische jeugdromans van Simone van der Vlugt. Andere bekende schrijvers die boeken hebben geschreven voor oudere kinderen zijn Jan Terlouw, Anke de Vries, Gijs Wanders, Carry Slee,Edward van de Vendel, Caja Cazemier en Thea Beckman. Boeken voor jongeren gaan veelal uit van weinig voorkennis en zijn daarom voor volwassenen met weinig kennis van het onderwerp ook makkelijk te lezen. De hoofdpersoon in jeugdliteratuur is veelal een jongere, aangezien dit makkelijker in te leven is voor de lezer.
Veel mensen van deze leeftijd lezen ook boeken die voor volwassenen zijn bedoeld. Dit wordt ook gestimuleerd vanuit school, door middel van bijvoorbeeld de Literatuurlijst (lijst van boeken die men moet lezen voor zijn/haar eindexamen). Zo leest men bijvoorbeeld in de vrije tijd kinderliteratuur en voor school ‘gewone’ literatuur.
Boeken voor jongeren zijn veelal vanuit een ontdekkende stijl geschreven, de hoofdpersoon in het boek ontdekt veel nieuwe zaken. Ook zijn veel boeken voor jongeren geschreven vanuit een morele sfeer, opdat de schrijver hoopt dat men een ‘goed‘ mens zal worden. Hierbij kan men denken aan een achtergrond als ‘opkomen voor je mening, vrijheid van meningsuiting’ en ‘opkomen voor de democratie’, de leer waarvan veelal de boeken van Jan Terlouw zijn geschreven en ‘men moet zijn geschiedenis kennen’, in welke categorie je de boeken van Thea Beckman kan rekenen.
Tussen de jeugdliteratuur en de volwassenliteratuur zit nog een subgroep die overgangsliteratuur, ook wel adolescentenliteratuur genoemd wordt. Dit genre is bedoeld voor kinderen die aan het einde van de puberteit zijn, ongeveer vanaf 15 jaar.





























